Home          Nieuws          Bezoekersinfo          Lidmaatschapsinfo          Zoeken en vinden          Activiteiten          Speciaal voor      
normaal groter heel groot
  


    Maak uw keuze
Agenda
Cursussen
Leesgroepen
Studiekringen
Tentoonstellingen

      Mijn bieb
         Lid worden
         Verlengen
         Openingstijden

image/gif   image/gif



Webtrail:  Home  > Activiteiten > Agenda

De nacht van Orpheus (Zaal Muziekschool)


Over bijna ondragelijk verlies en banden sterker dan de dood.

De tekst in dit programma is ontleend aan De nacht der Girondijnen van Jacques Presser. De gedichten zijn gekozen uit zijn bundel Orpheus en Ahasverus. Bij het markeren van de verschillende scènes wordt vooral gebruik gemaakt van een compositie van de Tsjechische componist Jiri Laburda (1931). De overige werken zijn:

  • F. Poulenc (1899-1963)  - Elégie uit sonate voor hobo en piano
  • W.A. Mozart (1756-1791)  - Andante cantabile uit Sonate KV 310
  • P. Haas (1899-1944) - Suite opus 17 voor hobo en piano- Furioso - Con fuoco - Moderato


Jacques Presser (1899-1970) was in de eerste plaats historicus. Zijn meest bekende werk is Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945. Het verzoek tot het schrijven hiervan kreeg hij van Loe de Jong van het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. In een interview met Philo Bregstein vertelt Presser: ‘Het bestuur van het Rijksinstituut hoopte natuurlijk dat ik nu eindelijk eens zou gaan schrijven en moedigde mij op allerlei wijzen aan. Zij opperden (…) dat ik eens een hoofdstuk moest gaan schrijven over een bepaald thema waarvan ik kon veronderstellen dat ik het materiaal vrijwel bijeen had. Presser kiest voor ‘Westerbork’, maar wordt als hij wil beginnen geconfronteerd met een writers block. Door een toeval wordt hij ongeveer terzelfder tijd benaderd om deel te nemen aan een literaire prijsvraag: uit een aantal inzendingen zal het boekenweekgeschenk voor het jaar 1957 gekozen worden. ‘…ik had de circulaire nog niet gelezen of ik wist de titel van een verhaal dat ik zou schrijven: De nacht der Girondijnen. …Ik had al dikwijls gedacht over een joodse jongeman, een jonge leraar die mijn eerste vrouw en ik goed hadden gekend en die helaas moet worden beschreven als een rabiate antisemiet.…Daarbij was hij een buitengewone zachte, lieve schat van een jongen…Zijn karakter leent Presser aan de ik-figuur in zijn novelle, Jacques Suasso Henriques. Over het ‘waarheidsgehalte’ van zijn Nacht der Girondijnen zegt Presser: Bij alles wat er in staat, behalve natuurlijk een paar kleinigheden, moet ik zeggen dat het volstrekt historisch is. Het is helemaal zo gebeurd. Die novelle heb ik geschreven in een soort trance, een soort ver en dichtbij zijn van de wereld. Ik was klaar, leverde hem in, stapte naar het bestuur van het Rijksinstituut en zei: ‘Nu ga ik schrijven.’

In de zomer van 1936 was Presser getrouwd met Dé Appel. Hun huwelijk beschrijft hij als gelukkig, harmonieus. Om tijdens de oorlog te kunnen reizen maakten ze, vanwege hun joodse achtergrond, gebruik van valse persoonsbewijzen. Dé wordt opgepakt in het voorjaar van 1943 bij een treincontrole en naar Westerbork gestuurd. Zij zal de oorlog niet overleven. Vanaf de eerste dag van haar ‘vertrek’ schrijft Presser gedichten, die later gebundeld worden in Orpheus en Ahasverus. Hij heeft aanvankelijk de hoop dat hij haar toch nog weer zal zien. Die hoop hield hij zelfs na het einde van de oorlog nog enige tijd.

Aan het eind van de Nacht der Girondijnen laat Presser zijn hoofdpersoon Henriques kennis maken met Dé: ‘Weer is iemand de barak binnengekomen die ik nog van vroeger ken…de nog jonge vrouw van een collega…van het gymnasium. (Verwezen wordt naar het Joods Gymnasium waar Presser les gaf.)…Dé is gepakt in de trein tussen Amersfoort en Lunteren, bij een persoonsbewijscontrole. Ze berust, ze is heel dapper, maar tevens erg bezorgd om haar man…’ Op dit punt laat Presser zijn persoonlijke verhaal, Westerbork, de oorlog en de fictie van de novelle aan elkaar raken. Je zou het een gedenkteken voor zijn geliefde kunnen noemen.

Pavel Haas was Tsjechisch componist van joodse afkomst. Hij stierf in Auschwitz. De Suite werd geschreven tussen 18 juli en 26 oktober 1939 en was aanvankelijk een vocaal werk, met een anti-nazistische tekst. Die tekst is verloren gegaan. Op verschillende plaatsen in het werk citeert Haas fragmenten van een koraal. In het laatste deel ‘ontvouwt’ hij gaandeweg de hele melodie in een enorme dynamiek, als van een groots carillon; als een symbool van vrijheid.

 

Organisatie: Zeister Muziekschool

 

Plaats: Zeister Muziekschool

Aanvang: 20.00 uur

Toegangsprijs € 11,00 | CJP/Zeistpas/65+ € 7,00 | tot 16 jaar € 3,50
(inclusief kopje koffie of thee of glaasje limonade)

Reserveren: info@zeistermuziekschool.nl







    Zoeken
 
Zoek in catalogus

Zoek binnen de website

image/jpeg


| Sitemap | Disclaimer